|
|
|
|
Nationaal landschap
Het
Groene Hart
is één van de 20
nationale landschappen
van Nederland.
Het
gebied heeft kenmerken die illustratief zijn voor de
ontstaansgeschiedenis van Nederland en heeft bijzondere landschappelijke
eigenschappen.
Ontginning
Net als bijvoorbeeld de Veluwe heeft
het Groene Hart hier en daar aardige hoogteverschillen. Anders dan de
Veluwe zijn die allemaal door mensenhanden gemaakt of veroorzaakt:
dijken, laagliggende polders en, nog veel lager liggende,
droogmakerijen. Hier vindt men de echte Dutch Mountains. De
hoogteverschillen kunnen in dit ‘vlakke’ polderland zomaar oplopen tot
een meter of 10.
Die hoogteverschillen zijn veelal
terug te voeren op de ontginningsgeschiedenis die al in de 9de eeuw
begon. Vanaf de rivieren werden in het hoogliggende veengebied sloten
gegraven die in verbinding stonden met die rivier. Op die hoofdsloten
werden weer dwarssloten gegraven, zodat de moerasachtige grond goed
ontwaterde. Op deze gronden werd eenvoudige akker- en tuinbouw bedreven.
Door de ontwatering kwam de grond steeds lager te liggen, het veen klonk
in. Was er eerst natuurlijke afstroming mogelijk (de rivieren stonden in
open verbinding met de zee en hadden een eb en vloedbeweging), na
verloop van eeuwen moesten er dijken worden aangelegd om het land te
beschermen. Nog later moesten molens uitkomst brengen om het land droog
te houden. En dat is nog steeds zo, alleen wordt het werk van de molens
nu vooral door pompgemalen gedaan.
Plassen
Op
sommige plaatsen werd de veen-grond afgegraven voor de turfwinning,
zelfs tot onder het waterniveau.
Zo ontstonden de meeste Utrechtse en
Hollandse plassen met hun karakteristieke legakkers,
smalle stroken grond tussen de bagger- of petgaten. Hierop werd het veen te
drogen gelegd, voordat het tot turven gestoken werd. Die petgaten en
legakkers
zijn op sommige plekken nog in het landschap te zien. Bij een
aantal plassen zijn ze later helemaal weggebaggerd; sommige plassen zijn
later weer drooggelegd. Die worden nu droogmakerijen genoemd.
De polders die niet zijn verveend, hebben nog steeds hun oorspronkelijke
maaiveld, maar liggen vaak tot 4 meter onder hun oorspronkelijke
hoogte.
De diepe droogmakerijen liggen nog meters dieper. Dat kan oplopen tot
zo’n 6 meter onder de gemiddelde zeespiegelstand (N.A.P.). De dijken
hebben een zware taak, maar zijn er gelukkig op berekend om het water te
keren. De hoogste zeestand kan bij storm en springtij wel oplopen tot
3,5 meter boven N.A.P. De
waterschappen in het Groene Hart zorgen voor droge
voeten.
Waarden
Behalve
de polders en droogmakerijen in de veengebieden zijn er ook ‘waarden' in
het Groene Hart. Waarden zijn grote, door dijken omringde weidegebieden,
omsloten door grote rivieren. De Lopiker-, de Krimpener- en de
Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden beschermden zich zo tegen
overstroming door de Lek, de Waal, de Merwede, de Hollandsche IJssel, de
Linge en de Noord. Veel boerderijen staan hier bovendien op terpen, want
de waarden werden regelmatig toch geplaagd door overstromingen.
Op de laagste punten van bijvoorbeeld de Alblasserwaard zorgden in serie
geplaatste molens ervoor, dat een teveel aan water op de rivier werd
geloosd. Maar niet alleen daar, ook in de rest van het Groene Hart komt
‘getrapte’ bemaling voor. Van al deze ‘molenritten’ zijn die in Aarlanderveen en
Kinderdijk
wel de meest
bekende. De laatste staat zelfs op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.
Gebiedskenmerken
Aan
de hand van de grondslag (de bodemtype) is het Groene Hart makkelijk in
te delen in drie gebiedsoorten, ieder met eigen kernkwaliteiten.
Het Hollands-Utrechts veenweide-gebied
kent een zeer open landschap met een echt weidekarakter. Ook de waarden
hebben een zeer open landschap, maar hier vallen de vaak beplante dijken
en kades op. De verschillende plassengebieden hebben meestal flinke
stukken open water, veenplassen, maar ook hier is het veenweidekarakter
onmiskenbaar.
Opvallend is dat ieder gebied zich onderscheidt door het patroon van de
verkaveling, het slotenpatroon. Soms recht en heel regelmatig, soms
frivool, in stervorm.
Het
Groene Hart, waar Holland echt Holland is
Laagliggende
veenweiden met grazende koeien, uitgestrekte polders met molens onder
fraaie luchten, grote plassengebieden en oude waterlopen, traagstromende
rivieren met machtige dijken, is wat we
vooral tegenkomen in het Groene Hart.
Maar ook een bijzonder gevarieerd
cultuurhistorisch erfgoed, verdeeld over stadjes met een oude
binnenstad, dorpjes met monumentale boerderijen, schitterende landhuizen
en buitens, kastelen, forten en vestingmuren.
Het gebied van het Groene Hart was, door de Oude en de
Nieuwe Hollandse Waterlinies, eeuwenlang zeer belangrijk voor de
verdediging van Holland. Een onafzienbaar oppervlak aan plasdrasstaande
weilanden belette de buitenlandse vijand
de doorgang. Talrijke sporen
van die tijd zijn nog terug te vinden in het landschap. Een mooi
voorbeeld is het Fort Wierickerschans, waar het
Groene Hart Centrum van Staatsbosbeheer is gevestigd. Andere
sporen zijn de diverse vestingsteden, alle uniek en prachtig om te zien.
Dat geldt trouwens voor meer steden en dorpen in het Groene Hart. Er
zijn talrijke cultuurhistorische juweeltjes bij.
De
Stelling van Amsterdam neemt een aparte plaats in. Deze ring
van forten om Amsterdam is ook op de werelderfgoedlijst van de UNESCO
geplaatst.
Binnentuin
In het
Groene Hart
wonen
ongeveer 600.000 mensen; in de hele Randstad zijn dat er 6.000.000. Het
Groene Hart wordt daarom wel de binnentuin van de Randstad genoemd, een
oase van rust in een verder hectisch gebied.
Uniek aan het Groene Hart is, dat het
geen groene vlek is om een grote stad, maar juist een open ruimte,
omringd door steden. Waardevol door de unieke combinatie van natuur,
landschap en cultuurhistorie; kwetsbaar door verstedelijking,
bodemdaling en recreatiedruk, nochtans in staat om duizenden mensen
dagelijks te laten genieten van rust, ruimte en groen.
|
|
 |
 |
|
Klik hier
voor een grotere kaart
|
|
|